In tien dagen kun je Amsterdam goed leren kennen en ook een paar keer de stad uit. Trek zes dagen uit voor Amsterdam en maak drie dagtrips. Houd de laatste dag vrij voor slecht weer, vermoeide voeten of een plek die je pas na aankomst ontdekt. Wie 10 dagen in Amsterdam plant, hoeft daar geen tien opeenvolgende sightseeingdiensten van te maken.
Onderstaand schema wisselt drukke en rustige dagen af. Verplaats de buitendagen als de weersverwachting verandert en reserveer alleen musea en attracties die met tijdsloten werken. De rest beslis je wel als je hier bent.
Dag 1 en 2: leer het centrum kennen en kies één museum
Gebruik de eerste dag om de stad te begrijpen, niet om haar af te vinken. Begin bij Amsterdam Centraal, loop door het oude centrum en volg de grachtengordel richting de Jordaan. De Negen Straatjes passen vanzelf in deze route. Een rondvaart in de middag helpt om de plattegrond te snappen en geeft je benen een uur rust.
Blijf die avond in de buurt van je hotel. Na een lange vlucht is een ambitieuze restaurantreservering aan de andere kant van de stad vooral onhandig. Een korte wandeling langs de grachten in het donker is ruim voldoende.
Kies op dag twee één groot museum en neem er de tijd voor. Het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum liggen allebei bij het Museumplein, maar na twee musea achter elkaar gaat goede kunst al snel als huiswerk voelen. Boek één tijdslot en loop daarna door het Vondelpark of ga verder naar De Pijp voor lunch en de Albert Cuypmarkt.
Voor reizigers die minder goed ter been zijn, jonge kinderen meenemen of verschillende verspreide haltes willen verbinden, kan een private City Tour Amsterdam handig zijn. Kan iedereen prima lopen en met de tram reizen, dan is het compacte centrum makkelijker zonder auto.
Dag 3 en 4: buurten, molens en vissersdorpen
Dag drie is voor de delen van Amsterdam die niet op de Dam lijken. Neem de gratis pont achter Centraal naar Noord en wandel langs het IJ, of begin rustig in Oud-West en steek daarna het Vondelpark over. Kies één buurt in plaats van er vier met het openbaar vervoer aan elkaar te knopen.
Gebruik dag vier voor de Zaanse Schans, Volendam en Marken. Als je alleen de molens wilt zien, is de Zaanse Schans prima met de trein te bereiken. Voor alle drie de plaatsen is een auto wel handig, want de overstappen kosten een flink deel van je dag. De private Zaanse Schans, Volendam & Marken tour van SIR rijdt van hotel naar hotel en maakt er één ronde van.
Onze uitgebreidere gids over dagtrips vanuit Amsterdam legt uit welke bestemmingen goed met het openbaar vervoer werken en waar de weg echt eenvoudiger is.
Dag 5: plan even helemaal niets
Sla de grote attracties vandaag over. Slaap uit, wandel door de Jordaan, ga in een bruin café zitten of keer terug naar een straat waar je op dag één te snel doorheen liep. Niet elke dag hoeft iets op te leveren.
Blijft het regenen, kies dan een kleiner museum in plaats van automatisch nog een beroemd museum te boeken. Bij goed weer kun je picknicken in het Vondelpark of langs de Oostelijke Eilanden lopen. Je kunt hier ook een gemiste reservering naartoe schuiven, de was doen of lang lunchen zonder steeds op de klok te kijken.
Dag 6 en 7: Delft en Den Haag, daarna een lokale dag
Delft en Den Haag vormen samen een logische dagtrip. Begin in Delft met de grachten, de Markt en de oude straten. Kies 's middags tussen het centrum van Den Haag, met musea en regeringsgebouwen, of Madurodam. Wie Delft, centraal Den Haag en Madurodam allemaal op één dag probeert te proppen, heeft voor geen van drieën echt tijd.
De trein is de eerlijke keuze als je zelfstandig naar Delft en het centrum van Den Haag wilt. Een private auto helpt als Madurodam erbij hoort, als lopen lastig is of als je met een groep van deur tot deur wilt reizen. Onze gids voor Delft en Den Haag vergelijkt de opties uitgebreider.
Blijf op dag zeven in Amsterdam. Bezoek het museum dat je op dag twee oversloeg, verken De Pijp en Oost, of neem de pont naar Noord als je eerder Oud-West koos. Inmiddels weet je wat je hier zelf leuk vindt. Dat is nuttiger dan de lijst die je voor vertrek maakte.
Dag 8 en 9: maak van Giethoorn de lange dag
Giethoorn verdient dag acht als een waterdorp zonder wegen je aanspreekt. Je verkent het oude centrum te voet en per boot, tussen rietgedekte boerderijen en smalle grachten. Met het openbaar vervoer kost de reis meer moeite dan bij de meeste Nederlandse dagtrips, omdat je de trein en bus nodig hebt. Op deze route kan een private Giethoorn tour echt tijd besparen.
Vertrek vroeg, bepaal of je zelf een kleine boot wilt besturen en bewaar genoeg energie voor de terugreis. Onze volledige Giethoorn gids behandelt de bootkeuze, drukke momenten en de eerlijke afweging tussen openbaar vervoer en auto.
Maak dag negen bewust rustig. Loop langs de Amstel, bezoek een markt, ga terug naar je favoriete buurt of zoek binnen de warmte op als het weer is omgeslagen. Een kalme dag na Giethoorn is verstandiger dan alweer een vroeg vertrek. Bovendien kun je de dorpstrip hierheen verplaatsen als de weersverwachting tegenvalt.
Dag 10: gebruik wat je hebt geleerd
Gebruik de laatste dag voor datgene waarvan je het vervelend zou vinden om het te missen. Boek het museum waarover je bleef twijfelen, of breng nog een middag door tussen de Jordaan en de grachtengordel. Was de stad je wat te druk, neem dan een korte treinrit naar Haarlem of Utrecht en wandel vanaf het station. Voor beide steden is het spoor handiger dan de auto.
Houd de laatste avond eenvoudig en blijf dicht bij je verblijf. Pak voor het eten alvast in, controleer de route naar de luchthaven en maak je laatste ochtend niet afhankelijk van perfect verkeer of openbaar vervoer. Voor een eerste bezoek legt onze gids over overnachten in Amsterdam ook uit welke buurten vroege vertrekken en late thuiskomsten makkelijker maken.
Een bezoek van tien dagen hoeft niet uit tien totaal verschillende dagen te bestaan. Wissel de stad af met uitstapjes en neem een rustige dag wanneer dat nodig is. Op papier oogt het schema misschien minder indrukwekkend, maar dat is een slechte reden om tijdens je vakantie achter een checklist aan te rennen.







